Moedig, ok - maar met welk doel?
De Katholieke Kerk organiseert ontmoetingsdagen voor merdere honderdduizenden
jongeren. In de kalme augustusmaand vinden deze "Jongerenontmoetingsdagen"
plaats. Ze komen uit vele landen, enthousiast, om met elkaar in gesprek
te treden, samen te vieren, enkele dagen samen te beleven. Het aanstekelijke
charisma van paus Johannes Paulus II zal het weer schitterend doen.
Proficiat aan een Kerk die het aandurft zoveel jongeren in een feestelijk
klimaat bijeen te brengen. Maar zal de Kerk evenveel moed opbrengen om te
kiezen voor hen die door de wereld in de steek gelaten zijn, om zich te
laten omvormen, zodat ze dààr kan zijn waar het menselijk
bestaan bedreigd wordt?
We wonen in een land waar werkloosheid en uitsluiting harde realiteit
zijn. Ik denk aan mensen zonder papieren, families zonder woning, werknemers
die voortdurend het spookbeeld van de werkloosheid voor zich zien. En dan
vraag ik me af of zulk een bijeenkomst naar déze mensen toe blijk
kan geven van eenvoud en solidariteit.
Als de Kerk duidelijk dicht bij het leven van de mensen zou willen leven,
en delen in hun strijd en hun hoop, welk een profetisch teken zou dat niet
zijn voor de hele mensheid!
De jongeren die steeds vaker uit onze kerken wegblijven zijn vatbaar
voor de eenvoud van het Evangelie en voor de houding van Jezus, die zich
solidair toonde met de allerarmsten. Zou de Kerk van Frankrijk, waar deze
Wereldontmoetingsdagen plaats vinden, dit werkelijk begrepen hebben? Als
ik zie dat ze een beroep deed op een publiciteitsagentschap om zinnen uit
het evangelie als slogans te afficheren; dat ze de organisatie van de grote
vieringen aan gespecialiseerde firma's toevertrouwde; dat ze een bekend
modeontwerper aanzocht om de kazuifels voor de vieringen te tekenen...
De stuwkracht die van deze Wereldjongerendagen zal uitgaan mag ons niet
doen vergeten dat er zoveel enorme krachten zijn die onze Kerk afremmen
en verlammen.
Zoveel vragen blijven zonder antwoord. Zoveel edelmoedigheid wordt in
de kiem gesmoord. Zoveel verwachtingen worden niet ingelost. Het mag gaan
over sexualiteit, over de plaats van de vrouw, over echtgescheidenen die
opnieuw gehuwd zijn, over nieuwe ambtsvormen in de kerk, over een eerlijk
pluralisme, over het rekening houden met een publieke opinie in de Kerk...:
elke vorm van discussie is uitgesloten.
Toch blijf ik optimistisch. We zijn een nieuwe wereld binnengestapt.
Het is nu een kwestie van nieuwe wegen te gaan. Overal waar ik uitgenodigd
word, ontdek ik tot mijn vreugde dat de Kerk aan de basis een nieuwe geboorte
kent. Ik ben getuige van creatieve krachten. De adem Gods is wel degelijk
aan het werk.
(tevens verschenen in Le Monde, 8 augustus 1997)

Jacques Gaillot
|